Kerkgebouw

Sint Jozef: van buiten en van binnen
 
Het neogotische gebouw toont nogal nors. Het heeft weinig van een vriendelijke dorpskerk waarvan de ranke spits zich boven het linden-lommer van een genoeglijk dorpsplein verheft. De gevel waar u nu tegenaan kijkt is gebouwd als noodgevel. Het was 100 jaar geleden de bedoeling dat de kerk nog naar voren zou worden uitgebouwd en dan ook een toren zou krijgen. Zover is het nooit gekomen. Eerst was er gebrek aan geld, nu is er nog steeds te weinig geld mede als gevolg van het teruglopen van het aantal parochianen.
 
Boven in de gevel staat Sint Jozef (beeldhouwer J.P. Maas) en om te zien of Sint Jozef echt wel vriendelijk kijkt, heb je een verrekijker nodig. U kunt aannemen dat Sint Jozef vriendelijk kijkt en u van harte welkom heet.
 
Als we links door de zijdeur naar binnen gaan, komen wij in een klein portaal. Daarin komt ook de trap uit die naar de zangzolder leidt. Tijdens de missen met Latijnse zang staat hier het koor St. Caecilia. De andere koren staan tijdens hun uitvoering meestal op het  priesterkoor.
 
De ramen
 
Het eerst dat opvalt als u de kerk binnengaat, zijn de ramen van Frans Balendong. Ze kwamen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw gereed en zijn echt wel de trots van de kerk.
 
Links in het kleinere raam zien wij de aankondiging van de geboorte en de verloving tussen Jozef en Maria.
Het grote raam links verbeeldt de zoektocht naar onderdak en de geboorte van Jezus, en de verkondiging van de geboorte door de engelen aan de herders: het zogenaamde Kerstmisraam.
Het laatste raam links laat de opdracht in de tempel zien.
 
Aan de rechterkant zien wij de droom van Jozef, waar hij het bevel krijgt naar Egypte te vluchten en daarboven de vlucht zelf.
In het grote raam rechts is verbeeld dat Jezus met het Joodse Pasen naar Jeruzalem gaat, dat Jezus in de tempel als leraar optreedt en het verborgen leven van Jezus in Nazareth: Jezus als krullenjongen.
 
In het kleinste raam zien wij het sterven van Jozef. Hij is de patroon van een zalige dood, omdat hij in het bijzijn van Jezus en Maria gestorven zou zijn.
Jozef komt in de afbeeldingen royaal aan zijn trekken zeker als in aanmerking wordt genomen dat in de bijbel niet zo heel veel over hem staat.
Maar in deze Jozefkerk mag dat geen verwondering wekken!
De absis van het priesterkoor vertoont de aanbidding van het Lam uit het Boek van de Openbaring van Johannes. Bovenin staan de symbolen voor Vader, Zoon en Heilige Geest. Onder de symbolen voor de vier evangelisten, de bazuinengelen en links en rechts de rechtvaardigen.
 
De kleine ramen achterin verbeelden de belangrijkste deugden.
Het raam boven het orgel toont een zegenende Christus.
 
De verbeelding
 
Bijna alles wat er aan beeldhouwwerk was en nu nog is, kwam uit het atelier van J.P. Maas te Haarlem. Zijn werk staat in heel veel kerken.
Het meeste is in de traditionele neogotische stijl en heel vaak in gips. Dat geldt ook voor de beelden in onze kerk.
Het enige echte beeldhouwwerk is dat van St. Jozef op de buitengevel. Het is ook het meest kenmerkend voor de artiest “Maas” zoals wij hem kennen van de kathedraal Sint Bavo aan de Leidsevaart in Haarlem.
 
Toen de katholieken weer vrij waren (vanaf 1850) moest er enorm veel gebouwd worden. Dit is nogal eens ten koste van de kwaliteit gegaan: voor weinig geld moest het toch wat lijken. Dan kom je ook al snel bij gips uit boven het echte beeldhouwwerk, want gips gieten gaat nu eenmaal sneller (en is dus goedkoper) dan beeldhouwen.
 
De afbeelding van Maria van Altijddurende Bijstand komt van het verdwenen Maria-altaar dat, zoals de meeste Maria-altaren, vooraan links stond. Anthonius van Padua (nog altijd aan te roepen bij verloren voorwerpen) stond op de plek waar nu het H. Hartbeeld staat. Dit laatste stond op de plek waar nu  St. Jozef staat, rechts op het priesterkoor. Jozef had zijn eigen altaar, daar waar nu de doopvont staat (dat vroeger in de doopkapel stond). Er is dus behoorlijk geschoven! De doopvont is waard om wat nader te bekijken. Het is eenvoudig maar mooi van lijn en niet van gips! Het Sacramentsaltaar, op de plaats van het Maria-altaar, is een geschenk van een parochiaan. Het is simpel en past niet optimaal in zijn omgeving, maar het tabernakel is mooi.
 
Een aantal meubels op het priesterkoor ademen nog de sfeer van de begintijd.
Hoewel het misschien geen meesterwerken waren is het achteraf toch jammer dat in de roerige jaren zeventig de communiebanken, de preekstoel en de altaren zijn verdwenen. Zij pasten in deze kerk en vormden een deel van haar geschiedenis. De kruiswegstaties zijn gelukkig behouden gebleven.
 
Het orgel
 
Vanaf het priesterkoor naar achteren zien wij het orgel. Het is gebouwd door Ypma uit Alkmaar en werd met Pasen 1914 pastoor Kabel aangeboden bij gelegenheid van zijn 25-jarig priesterfeest. Een onaangename bijkomstigheid was dat er een tekort voor het cadeau was van  f.600,--; niemand weet meer hoe de pastoor de schuld op zijn cadeau heeft betaald.
Het orgel heeft tien zelfstandige registers en drie speelhulpen, 54 toetsen en dus 540 pijpen.
Het orgel is in 2013 geheel gerestaureerd
 
De Mariakapel
 
Het ´afdakje´ boven het Mariabeeld in de Mariakapel achter in, is nog het laatste restant van het oude Jozefaltaar dat vroeger vooraan rechts stond. Het Mariabeeld zelf is een uit hout gesneden replica van een oud Catelaans beeld dat door Pastoor J. Vanderstadt is meegenomen uit Spanje.
Als wij de Mariakapel verder bekijken valt op dat de banken rondom anders zijn dan de overige banken in de kerk. Dit soort simpele banken stond vóór 1982 in de hele kerk. In 1982 werden mooiere eiken banken uit de Amsterdamse Bonifatiuskerk (die moest sluiten) aangeschaft. Deze banken moesten hier en daar wel wat worden bijgeschaafd. Helemaal achterin staan nog een paar voormalige armenbanken!
 
De doopkapel
 
Het kleine kapelletje achterin was ooit de doopkapel met het doophek. Hier liggen op de vloer nog de oude tegels (uit 1900). In de rest van de kerk en op het priesterkoor zijn in de zeventiger jaren andere tegels gekomen.
 
Naast de hoofdingang zien wij nog een groot kruis, het missiekruis. Het herinnert aan de lang vervlogen tijd dat zo eens in de tien jaar een aantal paters op bezoek kwam om de parochianen weer eens stevig tot de orde te roepen.
 
Dit nu is allemaal geschiedenis, zoals zoveel in een oud gebouw.
Maar zoals altijd bij geschiedenis spreekt
     uit de geschiedenis der dingen de geschiedenis van mensen en
     uit de geschiedenis van dit gebouw spreekt
     de geschiedenis van de geloofsbeleving van haar parochianen.
 
‘Een stukje geschiedenis…’ is van de hand van de heer J.J.C. de Groot